Beschrijving Datong
Datong
Datong is voor Chinese begrippen een klein plaatsje, maar het heeft toch nog ongeveer 3 miljoen inwoners. Het is een arbeidersstad waar je het echte Chinese leven nog ziet. In het verkeer zie je zowel bakfietsen, riksja, paard en wagen als scooters en luxe auto's door elkaar
rijden. Er schijnen geen verkeersregels te worden gehanteerd, want iedereen rijdt er kris kras door elkaar. Het is wonderbaarlijk dat er geen ongelukken gebeuren.
Op veel plaatsen vind je resten van de muur die Datong vroeger omheinde. Ook woont de bevolking hier nog in echte hutongs, oude Chinese volkswijken die je in Beijing nauwelijks meer vind. Er zijn allerlei winkels van warenhuizen tot kleine stalletjes waar men van alles verkoopt. De meeste winkels zijn hier dag en nacht open. Het personeel troffen we dan ook regelmatig slapend achter de kassa's aan. Voordat men met de werkzaamheden begint krijgt het personeel een Emille Ratelband-achtige peptalk, gevolgd door ochtend gymnastiek.
De bevolking is duidelijk nog niet echt aan toeristen gewend: men loopt regelmatig bijna tegen een lantaarnpaal op om nog eens om te kijken naar vreemde Europeanen. Er wordt nog vrijwel geen Engels gesproken. Wat nog wel eens gebeurt: Op zich vind men het zo leuk dat er toeristen komen dat er nog niet eens betaald hoeft te worden. In de restaurants is het bijna spannend om eten te bestellen, want ook daar spreekt men geen Engels. Maar met het Point It boekje moet het goed lukken, echt een aanrader om deze mee te nemen!!.
Vanuit Datong kun je naar de Yungang grotten waar boeddhistische beelden zijn uitgehouwen van wel 20 meter hoog. Ook de Hangende Tempels zijn zeker de moeite waard om te bezichtigen. Ze zijn op een enorme hoogte tegen een rots aangebouwd aan die kant van de rotsen waar geen regen valt en maar één uur zon per dag schijnt, zodat ze in een goede staat blijven.
Datong is door de eenvoud en de vriendelijkheid van de bevolking echt een aanrader; het is zo anders dan Beijing.

