Reisverslag Joep, Rix en Paul Hufman, team 28.
Reisverslag Joep, Rix en Paul Hufman, team 28.
Wat de reis betreft: het was fantastisch. Mijn zoons en ik hebben erg genoten:
Uitgezwaaid door de burgemeester van Flevoland, de directeur van Volvo Nederland en vele vrienden, familie en kennissen vertokken we in de vroege morgen van 5 juli uit Bant in een stralende ochtendzon in een stoet van meer dan 75 oude Volvo's, een serviceteam en een cameraploeg van Omroep Flevoland richting Beijing.
Het startspektakel werd zelfs verslagen in het NOS journaal.
In Kampen raakten we voor het eerst de weg kwijt....
Een voor ons voorspoedige tocht, (waarbij we kennismaakten met effecten van het volgsysteem dat in iedere auto was gemonteerd: ongeruste telefoontjes en SMS jes van thuisblijvers: waarom rijden jullie daar ? alle anderen rijden de andere kant op ! Wat rijden jullie hard ...) leidde ons in twee dagen naar de grensovergang tussen Litouwen en Rusland.
Sommige anderen hadden reeds in Duitsland hun eerste motor verspeeld: meteen werd de professionaliteit van de service teams duidelijk: uiteindelijk zouden alle teams op eigen kracht na 12500 km de haven in China bereiken: dat betekende wel eindeloze vaak nachtelijke uren sleutelen voor deze mannen.
Deze grens betekende de eerste hoge horde in de tocht: wij waren een van de laatsten, die de grens passeerden na 14 uur wachten.... Op deze grenspassage volgde meteen een van de meest slechte alsfaltwegen die je je kunt voorstellen en die we midden in de nacht dienden te nemen: Het kostte een agent zijn gevoel voor eigenwaarde omdat we zijn stopteken negeerden: ik vond dat we al lang genoeg gewacht hadden...Het kostte een vos zijn leven omdat we op hoge snelheid probeerden over de gaten te vliegen en er ontstonden de eerste deuken in de velgen.
In het ochtendgloren raakten we de weg kwijt in het prachtige (!) st Petersburg en lieten ons door een dronken russische jonge vrouw de weg wijzen: zij kon nog wel kaart lezen...
Na de ongelofelijke schatten van de Hermitage te hebben aanschouwd reden we de volgende dag naar Moskou, waarbij onderweg een tegenslag zich begon af te tekenen: ik kreeg koorts en werd vervelend ziek: in Moskou aangekomen bleek het om een voedselvergiftiging te gaan en ik was blij een dag rust te hebben in een Moskou's hotel: helaas kreeg mijn oudste zoon in de loop van de volgende dag hetzelfde. Gelukkig met zijn drieen: eentje kon gelukkig doorrijden. Na een paar dagen was dat leed geleden.. Van Moskou heb ik niets gezien. De jongens gelukkig wel wat.
Door richting Oeral, geplaagd door dolle Russen: ze rijden alsof hun leven ervan afhangt en vaak resulteert dat in vreselijke ongelukken, die op hun beurt weer leiden tot urenlange file's in de hitte en vooral soms tussen veel vliegen en andere insecten. Ook de politie zorgde vaak voor oponthoud: snelheids overtredingen, papiercontroles, soms gewoon nieuwsgierigheid: taalbarriere en veel vriendelijkheid alsmede wijzen op de kaarten, die op iedere auto waren geplakt: ' China ', China ??? 'China !!' deden meestal de gemoederen sussen. De eerste wegopbrekingen dienden zich aan: geen noodweg van asfalt zoals hier, maar door de modder, tussen de keien en de gaten door manouvreren. Vaak kilometers lang.
De landschappen waren wisselend, geen hoge bergen, veel bossen, vaak prachtige rivieren, steden en dorpen met veel oude Sovjet kenmerken, vaak armoedig en slecht onderhouden.
Na de Oeral trokken we lange dagen door Siberie richting het Baikal meer, van waaruit we naar het zuiden zouden trekken richting Mongolie en tenslotte China.
Siberie is een ongelooflijk uitgestrekt land : we moesten enorme afstanden afleggen in soms dagetappes die van 's morgens 4 uur tot 11 uur 's avonds liepen, vaker waren de wegen zo slecht, dat veel mensen de eindstreep niet haalden en pas de volgende dag arriveerden: ook waren er nogal wat technische problemen, die stuk voor stuk door de reisgenoten onderling en door het technisch team werden opgelost: het zijn toch oude auto's en er ging nogal eens wat stuk, of de slechte wegen veroorzaakten schade aan onderstel en uitlaten sneuvelden nogal eens.
Gelukkig gebeurden er geen ongelukken met groepsgenoten : deste meer ongelukken met Russen kwamen op onze weg, soms met afschuwelijke gevolgen: het was duidelijk dat het Russische 112 heel anders functioneert als hier.
Ook bleek dat de Russen veel minder scrupules hebben als wij: de slachtoffers waren nog niet afgevoerd of aan de achterzijde werd de verongelukte vrachtwagen al leeg gehaald door toegesnelde omwondenden.
Wel werden de mensen naar het Oosten toe veel vriendelijker en toeschietelijker, spraken meer vreemde talen of probeerden het in ieder geval.
De dorpen in het oosten werden gekenmerkt door houten bouw, waarbij het opviel, dat er geen enkel huis recht stond: door de wisselend bevroren bodem verzakt alles tenslotte en als het huis te scheef staat wordt er een nieuw naast gebouwd: er is ruimte genoeg.... Alles in Rusland is trouwens verveloos en onverzorgd : vaker bleek uit nachtelijke verlichting binnen slechts dat een huis bewoond is...
Ook de steden vertonen een vaak haveloze aanblik, met veel oude Sovjet gebouwen, waarvan sommigen toch wel aan de eisen van de tijd aangepast zijn: de Russen zijn erg bezig met de vooruitgang, dat blijkt uit alles, het lukt nog niet overal echter. Op vallend in het Oosten is de enorme hoeveelheid auto's met rechts stuur: uit Japan worden grote aantallen auto's en vrachtwagens tweedehands naar Rusland geexporteerd.
Meer naar het westen struikel je overigens over vrachtwagens uit het westen: deze worden door Russen bereden zonder dat de oude teksten verwijderd worden: snel worden deze wagens hier opgebruikt of zoals een gids ons vertelde: 'these cars and lorry's come here to die'. Onnodig te vertellen, dat er mileutechnisch daar verrassende toneeltjes te zien zijn.
Enkele honderden kilometers achter het Baikalmeer arriveerden we aan de Mongoolse grens:
Ook daar eindeloze procedures vertraagd door overigens wel vriendelijke grensbeambten, die geen woord engels spraken en die zelf alle handelingen niet goed op een rij leken te hebben.
Mongolie bleek een echt ontwikkelingsland te zijn..... er waren slechts 350 km geasfalteerde weg buiten de hoofdstad. In het noorden prachtige heuvelachtige groene landschappen met een enkel plukje bos, met hier en daar een groepje herders in prachtige mongoolse tenten, zogenaamde Gers, vergezeld van enorme kuddes paarden, koeien, geieten en kamelen. Deze herders bereden paardjes , maar ook motorfietsen zag je hier en daar.
We sliepen in Mongolie in kampen met Gers en dat was een heel bijzondere ervaring.
De hoofdstad Ulan Bator werd bekeken en daar troffen we nog resten aan van de onlusten die zich enkele weken eerder hadden afgespeeld: erg imponerend. Toen een van mijn zoons een filmpje hiervan wilde maken, werd hij verjaagd door bewaking met honden...
Tijdens een rustdag maakten we met enkele ploeggenoten een trip met de eigen auto naar een wildreservaat in de buurt in gezelschap van een gids: dit vormde een voorproefje voor wat we zuidelijk in de woestijn zouden aantreffen.... Onvoorstelbaar slechte wegen en enorm veel stof. Geen wegwijzers....
Verder gingen we naar het zuiden en 350 km na de hoofdstad hield het asfalt op en lagen 600 km woestijn voor ons te doorkruisen langs de vele sporen die langs de spoorlijn liepen....
Al gauw lag de groep uitelkaar: sommigen raceden vooruit verdwenen in een wolk van stof, anderen zochten voorzichtig in groepen hun weg, anderen bleven al gauw met pech langs de weg staan, wachtend op het technisch team of zelf sleutelend.
Met ons ging het de eerste 300 km erg voorspoedig en bereikten we na een uur of zes hobbelen en kraken een plaats midden in de Gobi waar je kon tanken: daarna werd het echter moeilijk en wisten we niet meer welke weg we verder moesten nemen. Na enkele vergeefse pogingen de juiste weg aan te boren troffen we een grote groep van de onzen aan vergezeld van een gids... we besloten aan te haken.
Na enkele uren werd het duidelijk dat de gids in ieder geval niet de richtste weg nam en zwierven we uren van de ene heuvel naar de andere: tenslotte werd het donker en was het beoogde doel nog niet bereikt: we beslotten ter plekke de tenten op te slaan en te overnachten. In de wind en de regen ( !) werd het in ieder geval toch nog een gezellige avond. "s Morgens om vier uur braken we weer op en onder dreigende luchten vervolgden we onze weg: we moesten om 9 uur aan de chinese grens zijn, maar er was in velden of wegen iets te zien.... Na enkele uren rijden kwam er ineens uit het niets een Mongool te paard aanrijden, hij wees de gids de weg en vertelde dat we nog zeker 120 km te gaan hadden... ons gemiddelde lag die morgen op 25 km/uur.....onderweg verloren we onze uitlaat achter een rotsrichel: de resten plaatsten we op het dak en de rest van de reis waren we het meest 'sportieve' team uit de groep.
Gelukkig klaarde het op en werd de weg wat beter en arriveerden we rond een uur of 2 aan de chinese grens.
Daar begon opnieuw het spel van de douaneformaliteiten.
Na enkele uren passeerden we de grens en werden we uitbundig welkom geheten in de Volksrepubliek China: een werkelijk zeer bijzonder welkom met interviews door een chinees televisie station, waarbij mijn jongste zoon uitgebreid zijn kunsten in het chinees kon laten zien....
"s Avonds konden we ons ontspannen in een zeer luxe hotel in de chinese grensplaats Eherenhot.
De volgende dag was het wachten op de achterblijvers uit de Gobi woestijn: om 11 uur 's morgens kwamen die tenslotte aan waarbij bleek, dat er nogal ernstige defecten waren opgetreden bij deze achterblijvers: dat moets eerst gerepareerd worden, want we mochten alleen in colonne met de hele groep verder door China.
De plaatselijke lasser heeft die dag de omzet van een week gehaald.... wat een vakman zo langs de straat.
Om 1600 uur stonden we uiteindelijk allemaal in de rij om te vertrekken, allemaal voorzien van een chinees rijbewijs en idem kenteken. Begeleid door politie met zwaailichten, de autos van de chinese reisorganisatie en mogelijk de geheime dienst gingen we op weg naar DaTong, 400 km verder over perfecte wegen bijna zonder verkeer, een verademing vergeleken bij de mongoolse toestanden. Alleen dat lawaai en de stank zonder uitlaat.....
Afslaan was absoluut verboden, bij elke afrit stond een politieman....
De volgende dag de laatste rijdag vanuit DaTong naar de haven: toen de colonne door de stad trok, bleek de hele route afgezet te zijn en moesten alle chinezen wachten... er waren honderden politie mensen op de been: je schaamde gewoon een beetje.... Onderweg nog een bezoek aan de muur en tegen de avond begon het te regenen, ten teken dat het zo'n beetje op zijn einde liep.
Na een tocht van toch nog bijna 500 km leverden we de auto's in het donker en in de druilende regen af bij de verlader, die een nederlander bleek te zijn....
Een raar gevoel voor iedereen om na zo'n expeditie daar je vertrouwde baken op al die moeilijke wegen achter te laten: wij hadden eigenlijk geen moeilijkheden gehad: een liter olie bijgevuld en de uitlaat verloren, verder niets. Ondanks de talloze klappen van gaten en stenen, de modder, regen en hitte geen moment gehaperd....
Vanuit de haven werden we per bus, die een lekke band had, waardoor we een uur vertraging opliepen, naar het hotel in Beijing gebracht. Beijing was helemaal opgemaakt voor de komende Spelen...
Er reden geen vrachtwagens, de taxi's moesten zich aan de regels houden, en dat deden ze ook, de particuliere auto's mochten slechts om de dag rijden.... Diverse zware industrieen waren stilgelegd. De stad was aangeharkt en aan geveegd en van een nieuw verfje voorzien, zelfs in de Hutongs, de wijken met de kleine, soms krotachtige woningen. Alles was klaar om de Spelen te laten gebeuren....
Desondanks was de hitte en de vochtigheid soms moeilijk te dragen.
Enkele dagen verbleven we in Beijing voordat we op 3 augustus weer naar huis vlogen, rijkelijk onthaald door de chinese reisorganisatie, die alles tot in de puntjes had geregeld... Helaas waren we in het Holland Heineken House niet welkom: we hadden niet de goede toegangsbewijzen... Rij je helemaal naar China, ben je bij je landgenoten niet welkom...
Terugkijkend op alle belevenissen hebben we een enorm voldaan gevoel.. maar zijn we ook blij om heelhuids teruggekeerd te zijn en onze dagelijkse bezigheden weer kunnen oppakken....
Daarnaast willen we alle Reuverse mensen bedanken voor hun attenties in allelei vormen die we kregen voordat we vertrokken, ook dank voor alle gelden die we hebben kunnen doorsluizen naar de goede doelen waar we voor reden
: de SOS kinderdorpen in Mongolie en de stichting Eye and Hands die uiteindelijk van onze organisatie een bedrag van meer dan 30.000 euro zullen ontvangen!! Dank voor dat alles.
Daarnaast waren ook alle blijken van belangstelling na onze thuiskomst hartverwarmend..
Tot zover.. zie voor veel foto's en reisverslagen: www.banttobeijing.nl
Joep, Rix en Paul Hufman, team 28.

